vrijdag 11 juni 2010

Essay - muziek in de onderbouw

‘Muziek is voor mij een pretvak, serieus nam ik het nooit zo’

Toen ik dit laatst mijn buurmeisje hoorde zeggen, en het tot me doordrong dacht ik ‘ hm dit is toch eigenlijk niet goed ‘. Nu moet ik heel eerlijk bekennen dat ik ook niet echt geweldige herinneringen heb aan de muzieklessen in de onderbouw, maar ik nam het zeker wel serieus en deed altijd me best.

Is het de pubertijd die sommige leerlingen zo ongeïnteresseerd maakt voor het vak muziek, of worden ze niet gestimuleerd door hun leraar Vooral in de pubertijd hebben leerlingen iemand nodig die kan stimuleren en waar ze tegen op kijken. Hoe zoek je als leraar de balans om een leerzame muziekles in combineren met plezier, maar dan ook weer niet het soort plezier dat muziek een pretvak wordt. Hiervoor is het denk ik belangrijk om eerst naar de geschiedenis van het muziekonderwijs in het voortgezet onderwijs te kijken.

Het begin van het Nederlandse muziekonderwijs is te danken aan twee mannen, Willem Gehrels 1885 – 1971 en Ad Heerkens 1913 – 1985. Willem Gehrels was de oprichter van de volksmuziekschool. Zijn doel was kinderen van minder vermogende ouders de gelegenheid bieden muziekles te volgen. In zijn ogen moesten muzieklessen ongeacht rang of stand, bereikbaar zijn voor ieder kind. Ad Heerkens, een generatie later, kwam tot de doelstellig dat bij dat muziekonderwijs voor iedereen, de wereld van het kind uitgangspunt moest zijn. Gehrels en Heerkens liggen zo’n beetje in elkaars verlengde. Opmerkelijk wel is dat de aanhangers van Gehrels en de aanhangers van Heerkens elkaar te vuur en te zwaard bestreden. Dit kwam doordat Gehrels aanhangers de verdedigers van het ambacht van de Europese muziekcultuur waren en Heerkens aanhangers beleden de vrije expressie van het kind zelf. En dat verdroeg elkaar toen niet.

Eerder schreef Job ter Steege (journalist) een artikel over muziekonderwijs en de geschiedenis daarvan. De drie woorden ‘ kick, kennis en kunde ‘ kwam daarbij veel aan bod. Volgens Job kan je drie kanten uit. Je kan er een kick van krijgen, veel aan de weet komen (kennis) of muziek maken (kunde). In de ideale muziekles komen al deze drie punten aan bod. Leerlingen kunnen luisteren, zingen en spelen, leerlingen weten er een hoop van en leerlingen vinden de muziek ‘cool’.

Teruggaand naar de geschiedenis van de muziekles kan je dus wel concluderen dat Geherls kunde was en Heerkens kick, en ze hielden zich allebei bezig met de kennis van muziek. Ook de kennis werd door beiden mannen anders geïnterpreteerd. Ging het bij Gehrels om de kennis van de historie der klassieken, Heerkens koos meer voor de kennis van het musikaal-maatschappelijk engagement.

In deze tijd heb je ook weer verschillende muziekmethodes voor de onderbouw op het voortgezet onderwijs die allemaal een eigen manier van muziekles hanteren. Dit ligt zeker niet zo ver van elkaar als dat van Gehrels en Heerkens. Maar goed er zijn toch niet voor niets zoveel methodes, en als ik zo door een paar methodes blader zie ik al meteen verschillen tussen muziek op maat en Jukebox. Muziek op maat is heel eigentijds. Muziektermen worden op een speelse manier uitgelegd en vaak aan de hand van eigentijdse voorbeelden. Via plaatjes wordt alles nog extra duidelijk gemaakt. Het valt me ook op dat er ontzettend veel opdrachten voor de praktijk in staan, veel liedjes en speelopdrachten maar weinig luisteropdrachten. In deze methode komt vooral veel ‘kick en kunde’ voor, ‘Kennis’ komt ook aan bod, maar dan vaak op een ‘kickachtige’ manier. Als ik deze methode vergelijk met Jukebox valt me al meteen op dat Jukebox veel meer voor de kunde gaat. Er staat in verhouding met Muziek op maat veel meer theoretische opdrachten en luisteropdrachten in staan. Natuurlijk staan er ook liedjes en een aantal speelstukken in, maar veel minder dan in Muziek op maat. Van deze methode kan je dus wel zeggen dat ‘kennis en kunde’ centraal staat en de ‘kick’ veel minder aanwezig is. Hieruit blijkt dus dat een methode zeker bijdraagt aan de manier waarop muzieklessen worden gegeven op het voortgezet onderwijs. Maar zoals je al zag bij Gehrels en Heerkens, ligt het dus ook heel persoonlijk. Wat vind een leraar belangrijk in de muzieklessen en hoe wordt dat overgedragen.

Afgelopen stage periode op het Bonifatius college werd er met de methode Intro gewerkt. Het waren naar mijn idee niet echt hele inspirerende lessen, maar goed ik heb ook niet alles gezien. In de laatste reflectieles vertelde drie klasgenoten dat ze ieder een les hadden gegeven rond om een bepaald instrument, de klas werd in groepjes verdeeld en kregen les in gitaar, basgitaar en drums. Bij deze les is er geen gebruik gemaakt van een methode, maar het spreekt mij wel heel erg aan. Er wordt hier op een actieve en leerzame manier les gegeven, waarbij de kinderen via praktijk veel te weten komen over het instrument en het op een eenvoudige manier uiteindelijk kunnen bespelen. Je merkt dat mijn mening telkens duidelijk aanwezig is, daardoor kan je dit onderwerp niet in het algemeen beantwoorden, elke muziekdocent heeft zijn eigen mening over dit onderwerp.

Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat de manier van lesgeven heel erg ligt aan de docent. Natuurlijk zijn er kerndoelen waar een school zich aan moet houden bij de muzieklessen. Maar ik ben ervan overtuigd dat de manier waarop die je kerndoelen wilt behalen als docent, een eigen keus is. En die keus wordt niet door iedere docent goed gemaakt, bijvoorbeeld dus bij de muziekdocent die mijn buurmeisje heeft gehad. Zij vond de muzieklessen niet interessant genoeg, de docent heeft hier niet goed op kunnen inspelen. Door de afgelopen stage en de verhalen van mijn studiegenoten, heb ik al een beetje een idee hoe ik de muzieklessen wil aanpakken. Kennis en kunde op een kickachtige manier geven, eigenlijk zoals Muziek op maat, via praktijk de kinderen theorie leren. Wel zou ik zelfbedachte muzieklessen/workshops geven. Aan geschiedenis hecht ik altijd heel veel waarden, zo ook de muziekgeschiedenis en dit zou ik dan ook zeker verwerken in mijn lessen. Maar waar ik het al eerder over had, iedere klas is anders en daar moet je op inspelen, dat is het allerbelangrijkst.

Het liefst zou ik nog meer onderzoek willen doen, verschillende scholen bezoeken en kijken waardoor juist daar voor die methode of manier van lesgeven is gekozen en nog belangrijker, kijken of die manier werkt bij de leerlingen.

Bronnen:
1. Steege, J. ter (2006) Cool. M&O
2. Boek: Jukebox – Deel 1, vmbo-t, havo/vwo
3. Boek: Muziek op maat 1, havo,vwo

1 opmerking:

  1. Jippie, ik was een van die klasgenoten die les gaf over een instrument. Leuk dat je het leuk vind dat we dat hebben gedaan :)

    Leuk om te lezen dat je die twee/drie methodes naast elkaar hebt gelegd en hierover een mening hebt gevormd. In muziek op maat heb je toch ook nog wel redelijk wat kennis i.p.v. alleen maar liedjes, ik kan me herinneren dat er ook aparte historische introductie stukjes per hoofdstuk waren. En dat ik die het minst interessant vond, hihi :P (dat was dan vast de schuld van de docent!!)

    Ik ben het met je eens dat een docent echt veel invloed heeft op onderwijs, met zijn kerndoelen en leerlingen. In ieder geval meer dan wij dus eerst dachten.

    En hoe leren wij dat nou nog meer/ hebben wij dat dit jaar geleerd, die kennis en kunde op een kickachtige manier geven? Ik begin me ineens af te vragen hoe moeilijk het eigenlijk misschien kan zijn om dat ons dan weer te begeleiden in ons stage proces. Wij moeten het denk ik ook vooral doen! En daarop goed kunnen reflecteren. Zoals onze wijze docenten altijd allemaal zeggen ;D

    Fijne vakantie alvast!
    Marleen

    BeantwoordenVerwijderen

Volgers

Blogarchief