zaterdag 12 juni 2010

Column

Klassieke muziek past niet in het plaatje van de jeugdcultuur

Ik ben opgegroeid in een huis waar veel klassieke muziek werd gedraaid. Uitzonderingen waren in de auto op weg naar vakantie, dan stond Paul de Leeuw of Michael Jackson hard aan en zongen we allemaal enthousiast mee. Eenmaal thuis werden die cd’s weer in de kast gelegd en begonnen mijn ouders weer met het draaien van klassieke muziek. Mijn vader kon bijvoorbeeld uren naar orgelmuziek luisteren, dan zat die op de bank en keek denkend voor zich uit. Als kind kon ik dat totaal niet waarderen, dan kwam ik beneden en zei ‘ aaaah pap mag het als-je-blieft uit ’. Waarderen kon ik het niet, maar waarom eigenlijk niet? Ik had er nooit is rustig de tijd voor genomen om er naar te luisteren en te bedenken waarom een bepaald klassiek stuk is geschreven.

Als puber ben je jezelf heel erg aan het ontdekken, en dat wordt vaak tegen gehouden door meeloop gedrag op de middelbare school. Jongeren zijn een lastige doelgroep als het gaat om klassieke muziek. Ze hebben hun eigen media, rolmodellen, en opinieleiders, en klassieke muziek komt hier haast nooit in voor en wordt zelfs in sommige gevallen als straf gebruikt. Zo las ik op internet een artikel dat gaat over klassieke muziek als straf. Houd je je niet aan de regels, dan moet je een bepaalde tijd doorbrengen in een kamer en luisteren naar de muziek van Mozart of Ravel. Deze manier van straffen werkt naar mijn verbazing wel. Uit onderzoek is gebleken dat het aantal overtredingen met 60 procent is gedaald. Het kalmeert jongeren en het zet aan tot bezinning. Toch zijn er flink wat tegenstanders van deze manier van straffen. Liefhebbers van de klassieke muziek vrezen dat jongeren nu helemaal niet open zullen gaan staan voor de muziek. In plaats van dat de docenten hun scholieren iets bijbrengen over de klassieke muziek, zorgen ze ervoor dat de jeugd er een afkeer van krijgt.

Ja, ik kan heel goed begrijpen waarom de meeste jongeren (uitzonderingen daar gelaten) klassieke muziek niet waarderen en begrijpen, het is het hele complexe muziek waar je de tijd voor moet nemen. Naar mijn mening moet je jongeren niet te veel lastig vallen met klassieke muziek, als ze daar geen zin in hebben. Laten ze zichzelf eerst maar ontdekken en levenservaring op doen, de waardering voor klassieke muziek komt wel als ze volwassen zijn. Dat betekend niet dat ik klassieke muziek nooit aanbod zal laten komen in mijn muzieklessen. Maar ik zou het doen op een eigentijdse manier, door een link te leggen tussen hedendaagse muziek en klassieke muziek.

Nu ik ouder ben geworden begin ik te begrijpen waarom mijn vader urenlang naar bijvoorbeeld orgelmuziek kan luisteren. Zo kan ik nu Chopin’s nocturne op.9 nr.2 in Es majeur wel 100 keer achter elkaar luisteren. Ik ben klassieke muziek gaan waarderen en kan er soms enorm van genieten.

Artikelen:

Zwei Herzen in Dreivierteltakt - Barend Wijtman
http://jongeren.blog.nl/buitenland/2010/03/09/klassieke-muziek-als-straf

vrijdag 11 juni 2010

Essay - muziek in de onderbouw

‘Muziek is voor mij een pretvak, serieus nam ik het nooit zo’

Toen ik dit laatst mijn buurmeisje hoorde zeggen, en het tot me doordrong dacht ik ‘ hm dit is toch eigenlijk niet goed ‘. Nu moet ik heel eerlijk bekennen dat ik ook niet echt geweldige herinneringen heb aan de muzieklessen in de onderbouw, maar ik nam het zeker wel serieus en deed altijd me best.

Is het de pubertijd die sommige leerlingen zo ongeïnteresseerd maakt voor het vak muziek, of worden ze niet gestimuleerd door hun leraar Vooral in de pubertijd hebben leerlingen iemand nodig die kan stimuleren en waar ze tegen op kijken. Hoe zoek je als leraar de balans om een leerzame muziekles in combineren met plezier, maar dan ook weer niet het soort plezier dat muziek een pretvak wordt. Hiervoor is het denk ik belangrijk om eerst naar de geschiedenis van het muziekonderwijs in het voortgezet onderwijs te kijken.

Het begin van het Nederlandse muziekonderwijs is te danken aan twee mannen, Willem Gehrels 1885 – 1971 en Ad Heerkens 1913 – 1985. Willem Gehrels was de oprichter van de volksmuziekschool. Zijn doel was kinderen van minder vermogende ouders de gelegenheid bieden muziekles te volgen. In zijn ogen moesten muzieklessen ongeacht rang of stand, bereikbaar zijn voor ieder kind. Ad Heerkens, een generatie later, kwam tot de doelstellig dat bij dat muziekonderwijs voor iedereen, de wereld van het kind uitgangspunt moest zijn. Gehrels en Heerkens liggen zo’n beetje in elkaars verlengde. Opmerkelijk wel is dat de aanhangers van Gehrels en de aanhangers van Heerkens elkaar te vuur en te zwaard bestreden. Dit kwam doordat Gehrels aanhangers de verdedigers van het ambacht van de Europese muziekcultuur waren en Heerkens aanhangers beleden de vrije expressie van het kind zelf. En dat verdroeg elkaar toen niet.

Eerder schreef Job ter Steege (journalist) een artikel over muziekonderwijs en de geschiedenis daarvan. De drie woorden ‘ kick, kennis en kunde ‘ kwam daarbij veel aan bod. Volgens Job kan je drie kanten uit. Je kan er een kick van krijgen, veel aan de weet komen (kennis) of muziek maken (kunde). In de ideale muziekles komen al deze drie punten aan bod. Leerlingen kunnen luisteren, zingen en spelen, leerlingen weten er een hoop van en leerlingen vinden de muziek ‘cool’.

Teruggaand naar de geschiedenis van de muziekles kan je dus wel concluderen dat Geherls kunde was en Heerkens kick, en ze hielden zich allebei bezig met de kennis van muziek. Ook de kennis werd door beiden mannen anders geïnterpreteerd. Ging het bij Gehrels om de kennis van de historie der klassieken, Heerkens koos meer voor de kennis van het musikaal-maatschappelijk engagement.

In deze tijd heb je ook weer verschillende muziekmethodes voor de onderbouw op het voortgezet onderwijs die allemaal een eigen manier van muziekles hanteren. Dit ligt zeker niet zo ver van elkaar als dat van Gehrels en Heerkens. Maar goed er zijn toch niet voor niets zoveel methodes, en als ik zo door een paar methodes blader zie ik al meteen verschillen tussen muziek op maat en Jukebox. Muziek op maat is heel eigentijds. Muziektermen worden op een speelse manier uitgelegd en vaak aan de hand van eigentijdse voorbeelden. Via plaatjes wordt alles nog extra duidelijk gemaakt. Het valt me ook op dat er ontzettend veel opdrachten voor de praktijk in staan, veel liedjes en speelopdrachten maar weinig luisteropdrachten. In deze methode komt vooral veel ‘kick en kunde’ voor, ‘Kennis’ komt ook aan bod, maar dan vaak op een ‘kickachtige’ manier. Als ik deze methode vergelijk met Jukebox valt me al meteen op dat Jukebox veel meer voor de kunde gaat. Er staat in verhouding met Muziek op maat veel meer theoretische opdrachten en luisteropdrachten in staan. Natuurlijk staan er ook liedjes en een aantal speelstukken in, maar veel minder dan in Muziek op maat. Van deze methode kan je dus wel zeggen dat ‘kennis en kunde’ centraal staat en de ‘kick’ veel minder aanwezig is. Hieruit blijkt dus dat een methode zeker bijdraagt aan de manier waarop muzieklessen worden gegeven op het voortgezet onderwijs. Maar zoals je al zag bij Gehrels en Heerkens, ligt het dus ook heel persoonlijk. Wat vind een leraar belangrijk in de muzieklessen en hoe wordt dat overgedragen.

Afgelopen stage periode op het Bonifatius college werd er met de methode Intro gewerkt. Het waren naar mijn idee niet echt hele inspirerende lessen, maar goed ik heb ook niet alles gezien. In de laatste reflectieles vertelde drie klasgenoten dat ze ieder een les hadden gegeven rond om een bepaald instrument, de klas werd in groepjes verdeeld en kregen les in gitaar, basgitaar en drums. Bij deze les is er geen gebruik gemaakt van een methode, maar het spreekt mij wel heel erg aan. Er wordt hier op een actieve en leerzame manier les gegeven, waarbij de kinderen via praktijk veel te weten komen over het instrument en het op een eenvoudige manier uiteindelijk kunnen bespelen. Je merkt dat mijn mening telkens duidelijk aanwezig is, daardoor kan je dit onderwerp niet in het algemeen beantwoorden, elke muziekdocent heeft zijn eigen mening over dit onderwerp.

Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat de manier van lesgeven heel erg ligt aan de docent. Natuurlijk zijn er kerndoelen waar een school zich aan moet houden bij de muzieklessen. Maar ik ben ervan overtuigd dat de manier waarop die je kerndoelen wilt behalen als docent, een eigen keus is. En die keus wordt niet door iedere docent goed gemaakt, bijvoorbeeld dus bij de muziekdocent die mijn buurmeisje heeft gehad. Zij vond de muzieklessen niet interessant genoeg, de docent heeft hier niet goed op kunnen inspelen. Door de afgelopen stage en de verhalen van mijn studiegenoten, heb ik al een beetje een idee hoe ik de muzieklessen wil aanpakken. Kennis en kunde op een kickachtige manier geven, eigenlijk zoals Muziek op maat, via praktijk de kinderen theorie leren. Wel zou ik zelfbedachte muzieklessen/workshops geven. Aan geschiedenis hecht ik altijd heel veel waarden, zo ook de muziekgeschiedenis en dit zou ik dan ook zeker verwerken in mijn lessen. Maar waar ik het al eerder over had, iedere klas is anders en daar moet je op inspelen, dat is het allerbelangrijkst.

Het liefst zou ik nog meer onderzoek willen doen, verschillende scholen bezoeken en kijken waardoor juist daar voor die methode of manier van lesgeven is gekozen en nog belangrijker, kijken of die manier werkt bij de leerlingen.

Bronnen:
1. Steege, J. ter (2006) Cool. M&O
2. Boek: Jukebox – Deel 1, vmbo-t, havo/vwo
3. Boek: Muziek op maat 1, havo,vwo

zaterdag 6 februari 2010

De middelbare school begon ik in VMBO-TL. Eigenlijk was dat niet de juiste plek op dat moment voor mij. Het is niet dat ik het daar heel erg slecht heb gehad hoor er waren ook veel leuke momenten! We kregen de eerste 3 jaar van het VMBO muziek les. De leraar was erg muzikaal maar wist zo’n klas niet goed te boeien, het was altijd vrij saai. Misschien was ik de enige die dat dacht, ik speelde toen al een aantal jaar klarinet en wist vaak alles al wat er werd behandeld in de lessen. Zingen vond ik wel altijd eng om te doen in de klas, niemand zong echt hard dus for me the same!
Toen ik naar de Havo ging had ik muziek als eindexamenvak gekozen. De eerste les was ik al meteen onder de indruk van mijn muzieklerares. Ze gaf echt geweldig les en wist iedereen elke les weer te motiveren. Ik kan wel zeggen dat ik door haar en door de muzieklessen hier op het conservatorium ben beland. Heb veel geleerd tijdens de lessen die ook handig zijn hier op het conservatorium. Tijdens die twee jaar ben ik veel gaan zingen en uiteindelijk zong ik ook een nummer op me eindexamen concert met een band en zit ik nu in een band.
Do’s
- Een lied zo voorzingen zoals je verwacht hoe de leerlingen het gaan zingen.
- Variatie in nummers.
- Een nummer goed begeleiden.
- Zorgen voor een veilige sfeer waarbij kinderen durven zingen.
Dont’s
- Het nummer niet met overtuiging voor zingen.
- Een te moeilijk nummer uitkiezen.
- Een te makkelijk nummer uitzoeken.
- En alle tegenstelling die bij de do’s staan.

dinsdag 15 december 2009

Jeroen's bezoek

Vandaag gaf een ik luisterles en leerde ik de kinderen het liedje Doep doep doebedidee enz. aan. Aan het begin van de les stelde ik Jeroen nog voor, dit was ik namelijk de vorige keer vergeten ( shame ). Daarna introduceerde ik de vier muziekstijlen. Aan de kinderen vroeg ik wat zij al wisten van deze stijlen en ik hielp ze als ze het niet meer wisten. Na een tijdje te hebben gebabbeld deelde ik de stencils uit en liet ik 5 nummers horen. Ze moesten ook argumenteren waarom ze voor die muziekstijl hadden gekozen. Ik vond het grappig om te zien dat de kinderen helemaal los gingen toen ze Thriller van Micheal Jackson hoorden. Normaal zijn de kids vrij rustig en komt er niet veel onverwachts uit de kinderen dus dit was leuk. Ze zijn, dat merk je wel, in veel dingen heel muzikaal en vinden de muzieklessen ook leuk.
Daarna gingen de kinderen in groepjes overleggen waarom ze voor dat antwoord hadden gekozen en bespraken we het nog is klassikaal. Toen dat alles klaar was gingen de kinderen in een kring zitten ( altijd een heel gedoe, ze willen namelijk allemaal naast hun beste vriendjes zitten ). Toen iedereen zat ging ik de canon Doep Doep aanleren. Ik had ook een eigengemaakte grafische notatie erbij gehaald. Ik had de stencils op de grond in de kring gelegd. Dit was achteraf gezien niet zo handig want sommige kinderen lazen nu de grafische notatie op de kop. Het was beter geweest als ik ze op het bord had geplakt, hier had ik van te voren beter over na moeten denken.
Ze kende canon vrij snel, al deden ze er soms een beetje makkelijk over. Als ik merkte dat ze nog niet alles goed zongen, oefende ik het nog een keer met ze. Zo zongen ze uiteindelijk de lied ' bijna ' perfect! Nu was het tijd om het lied in canon te zingen. Ik begon met twee groepen wat aardig goed ging. Daarna in 3 groepen, ik hoorde het niet zo goed. Vond het best wel moeilijk om te horen of het dan nog goed gaat. Vooral ook omdat ze niet zo hard en duidelijk zingen. Ik heb het nog in vier groepen geprobeerd maar dat had ik beter niet kunnen doen. Was wel een leuke ervaring voor de kinderen maar nog wel te moeilijk. Leermomentje van deze les!

Volgers

Blogarchief